De leden van het algemeen bestuur hebben ieder één stem, behoudens ingeval een lid van het algemeen bestuur is aangewezen conform artikel 4 lid 3. Een lid, dat door twee of meer colleges is aangewezen, heeft even zoveel stemmen als het aantal colleges door wie hij of zij is aangewezen. De voorzitter heeft in de vergadering een raadgevende stem.
Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de stemmen in de eerstvolgende vergadering wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter.
In de notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur en in de besluiten en adviezen wordt ten aanzien van alle uitspraken zowel het gevoelen van de meerderheid als dat van de minderheid van de leden van het algemeen bestuur tot uitdrukking gebracht.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht