Deze nadere regels verstaan onder:
graf: een zandgraf of keldergraf;
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of verstrooiingsplaats;
gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daarbij inbegrepen kettingen en hekwerken;
grafbeplanting: winterharde beplanting.
grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as;
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as;
algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen, graven en asbezorging 2024