De burgemeester en de wethouders kunnen bij iedere vergadering aanwezig zijn.
Op verzoek van de voorzitter kunnen de burgemeester en/of een of meer wethouders deelnemen aan de beraadslagingen.
De voorzitter kan vooraf bepalen dat het college in een besloten vergadering niet aanwezig mag zijn.
De raadscommissie beslist bij de vaststelling van de desbetreffende agenda of zij instemt met het besluit van de voorzitter, zoals aangegeven in het derde lid.