**1..** Het onderzoek start met het voeren van een gesprek met de jeugdige en/of ouder(s)waarbij de vraag van de jeugdige en/of ouder(s) leidend is.
**2..** Op verzoek van de jeugdige en/of ouder(s) kunnen derden bij het gesprek aanwezig zijn.
**3..** Als de jeugdige of ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek.
**4..** Het college vraagt aan de jeugdige of ouder(s) toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken en indien noodzakelijk voor het onderzoek voor het inwinnen en delen van informatie met andere instanties, zoals de huisarts of de onderwijsinstelling. Hiertoe wordt een toestemmingsformulier beschikbaar gesteld. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige wordt er om toestemming voor de hulpverlening gevraagd aan de ouder(s) of de jeugdige zelf, conform artikel 7.3.4 van de Jeugdwet.
**5..** Het college kan alleen in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) afzien van een gesprek.
**6..** Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige of zijn ouder(s) en het probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden door het inzetten van een algemene voorziening;
de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;
de mogelijkheden om te kiezen voor een PGB, waarbij de jeugdige en/of ouder in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;
hoe rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.
**7..** Tijdens het gesprek informeert het college de jeugdige of ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.
**8..** Het college legt de zaken genoemd in het zesde lid vast in het onderzoeksverslag.
**9..** De jeugdige of ouder(s) kunnen feitelijke onjuistheden corrigeren, gegevens aanvullen en hun opmerkingen kenbaar maken. Deze worden in het onderzoeksverslag verwerkt of daaraan toegevoegd.
**10..** Met toestemming van de jeugdige en/of zijn ouder worden in het onderzoeksverslag afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten uit het onderzoeksverslag met de jeugdige en/of zijn ouder, het wijkteam en de jeugdhulpaanbieder besproken worden.
**11..** Het onderzoeksverslag met daarin de vastgelegde afspraken wordt na afronding ondertekend door ouder(s) en het college.
**12..** Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.