Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.3.

Proefplaatsing Pw, IOAW, IOAZ

Onderdeel van Verordening Participatiewet en Minimabeleid gemeente Hulst 2024

1.. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon uit de doelgroep die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaatsing bij een werkgever voor de duur van 2 maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal 6 maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 3.. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de voorziening proefplaatsing; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 4.. De termijn in lid 1 kan verlengd worden met maximaal 4 maanden, dus tot maximaal 6 maanden. 5.. Het doel van een proefplaatsing is te onderzoeken of de baan en belanghebbende bij elkaar passen en belanghebbende geschikt is voor de functie. Belanghebbende doet tegelijkertijd werkervaring op en werkt een periode op proef met behoud van uitkering. 6.. De plaatsing duurt 2 maanden, maar stopt als eerder duidelijk is dat belanghebbende niet geschikt is voor de functie.

Rechtspraak bij dit artikel