Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.9.

Sondeer- en verdichtingswaarde

Onderdeel van Nadere procedurele en uitvoeringsregels kabels en leidingen Gemeente Voorne aan Zee

1.. In afwijking van artikel 24.02.03 van de RAW-bepalingen moet om de juiste verdichtingsgraad te verkrijgen de aanvulling worden uitgevoerd in lagen van maximaal 0,25 m waarbij elke laag met een mechanisch verdichtingsapparaat moet worden verdicht. 2.. In afwijking van artikel 24.05.05, lid 02 van de RAW-bepalingen moet daar waar open verharding aanwezig is het oorspronkelijke zandbed direct onder de verharding worden hersteld. Indien de aangetroffen dikte van de verharding kleiner is dan 0,05 m, zal de netbeheerder het te kort komende zand leveren en aanbrengen. 3.. In afwijking van Artikel 24.02.03, lid 07, 24.02.06, lid 01, 24.05.01 en 24.05.04 van de RAW-bepalingen mag De proctordichtheid van de aanvullingen onder verhardingen na verdichting niet meer dan 3% afwijken van de oorspronkelijke proctordichtheid, zoals deze op korte afstand naast de sleuf wordt aangetroffen. 4.. De sondeerwaarde van de aanvullingen onder verhardingen en in wegbermen moet na verdichting minstens 90% bedragen van de oorspronkelijke sondeerwaarde, zoals deze voorafgaand aan de werkzaamheden op de sleuf of op korte afstand naast de sleuf wordt aangetroffen. Er moet gestreefd worden naar een minimale sondeerwaarde van 4 MPa. 5.. In aanvulling op artikel 24.05.01 en 24.05.04 van de RAW-bepalingen voert de netbeheerder de meting van de verdichtingswaarden uit en legt deze vast. De metingen moeten verricht worden met een sondeerapparaat of met een nucleaire verdichtingsmeter. Indien de gemeente hierom vraagt moet de netbeheerder de meetgegevens overleggen. Op aanwijzing van de gemeente voert de netbeheerder steekproeven uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel