Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6.

Bovengrondse voorzieningen

Onderdeel van Nadere procedurele en uitvoeringsregels kabels en leidingen Gemeente Voorne aan Zee

1.. De locatie, het uiterlijk, de kleurstelling en de afmetingen van bovengrondse voorzieningen die verband houden met kabels en leidingen zoals transformator-, schakel- en verdeelstations, versterkers, etc., worden vooraf afgestemd met het college. 2.. Bovengrondse voorzieningen worden inpandig geplaatst, tenzij de netbeheerder onderbouwd aangeeft waarom dit niet mogelijk is. In die gevallen moeten de bovengrondse voorzieningen zoveel mogelijk uit het zicht en direct naast andere eventueel reeds aanwezige bovengrondse voorzieningen worden geplaatst. 3.. Bij plaatsing van bovengrondse voorzieningen in een straatprofiel moeten deze voorzieningen zoveel mogelijk langs gevels en/of in lijn met het bestaande straatmeubilair geplaatst worden. 4.. De netbeheerder is verantwoordelijk voor een goed beheer van de bovengrondse voorzieningen alsmede voor een goed beheer van de ten behoeve van de bereikbaarheid aangebrachte verharding. Op aanschrijven van het college dient de netbeheerder bij beschadigingen, vervuiling en/of bekladding de bovengrondse voorzieningen dan wel de ten behoeve van de bereikbaarheid aangebrachte verharding binnen de door het college gestelde termijn te herstellen. 5.. Bovengrondse voorzieningen dan wel concentraties daarvan, dienen te worden omgeven of begrensd door een 40 cm brede verharding (tegel + band).

Rechtspraak bij dit artikel