Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 10

Zienswijzen

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2024

1.. Voorafgaand aan het nemen van een besluit van het algemeen bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om, naast de reeds genoemde besluiten in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: het Regionaal beleidsplan; het vaststellen van een evaluatierapport als bedoeld in artikel 34; de Kadernota; een wijziging van de vastgestelde begroting voor zover het wijzigingen betreft die voor de gemeenten niet budgettair neutraal zijn, zowel voor wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen; een putting uit de Algemene Reserve van de veiligheidsregio. 2.. Het algemeen bestuur heeft de mogelijkheid om aanvullend op artikel 10, eerste lid, de raden van de gemeenten in de gelegenheid te stellen om een zienswijze op een voorgenomen besluit naar voren te brengen. 3.. Het dagelijks bestuur biedt de raden de termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. Als het een wijziging van de vastgestelde begroting betreft, zoals in het eerste lid onder d., dan geldt een gelijke termijn als voor het vaststellen van de begroting zoals genoemd in de wet. 4.. Uiterlijk tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel aan het algemeen bestuur stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel