De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.
Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
verstoren van de orde is verboden.
De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.