Een referendum kan niet worden gehouden over voorgenomen besluiten:
over de rechtspositie van (gewezen) ambtsdragers en hun nabestaanden;
over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
in het kader van deze verordening;
waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden;
inhoudende de vaststelling of wijziging van een verordening met betrekking tot de gemeentelijke belastingen, zoals bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet dan wel de intrekking daarvan;
die op basis van de Inspraakverordening nog aan inspraak onderhevig zijn;
als bedoeld in artikel l, eerste en derde lid, 51, eerste en derde lid, 61, eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de wet Algemene regels herindeling;
tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad, als bedoeld in afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 van de Gemeentewet of beëindiging hiervan;
besluiten op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten;
besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van bestemmingsplannen, projectbesluiten of voorbereidingsbesluiten;
besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
besluiten ter uitvoering van een besluit van het Rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft;
besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen.