Bij het rooien van houtsingels vindt 100% compensatie per m2 plaats door herplant. Hierbij wordt gekeken naar de referentiesituatie van 2000.
Compensatie vindt plaats aansluitend bij de landschapskarakteristiek zoals aangegeven in tabel 2.
Compensatie kan niet plaatsvinden in een onlangs verdwenen houtsingel (0-meting 2000), of op een locatie waar een handhavingstraject loopt.
Compensatie dient plaats te vinden binnen het eerstvolgende plantseizoen volgend op de ingreep (tussen 15 oktober en 15 maart)
Een dwarssingel wordt altijd gecompenseerd als een dwarssingel
De onderlinge plantafstand is maximaal 1 meter hart op hart.
Het plantgoed is minimaal twee jarig.
Langs de nieuwe aanplant komt een veekerend raster, afgestemd op het type beweiding; op minimaal 1 meter uit buitenste aanplant.
Alvorens met rooien kan worden begonnen dient aangegeven te zijn waar de nieuwe singel aangelegd wordt.
De nieuwe singel dient uiterlijk in het plantseizoen volgend binnen één jaar na de ruimtelijke ingreep te worden aangelegd en/of de bestaande singel binnen één jaar wordt opgevuld5De Wet Natuurbescherming hanteert een termijn van 3 jaar. De termijn in de spelregels is echter verbonden aan het verlenen van een omgevingsvergunning en daarmee leidend..
Nieuwe aanplant dient duurzaam in stand gehouden te worden, dat betekent onder andere een verplichting op water geven bij droogte; afdoende bescherming tegen vraat en beschadiging; niet aangeslagen beplanting vervangen.
Aanvullende regels voor droge houtsingels/houtwallen
Nieuw aan te leggen droge houtsingels hebben een minimale breedte van 2 meter (inclusief raster) en een maximale breedte van 10 meter op het maaiveld.
De volledige verschijningsvorm dient gecompenseerd te worden, inclusief sloot/greppel of wallichaam.
De bodem dient geschikt te zijn voor aanleg van een droge houtsingel of houtwal.
Het aan te planten sortiment is voor droge houtsingels 50% gelijk aan de hoofdboomsoort en bestaat voor 50% uit andere inheemse boomsoorten (o.a. gewone es, lijsterbes, populier, zachte berk en zomereik) en struiksoorten (o.a. grauwe wilg, éénstijlige meidoorn en sleedoorn).
Aanvullende regels voor elzensingels
De volledige verschijningsvorm dient gecompenseerd te worden.
Elzensingels worden aangeplant op de insteek van de sloot.
Een elzensingel is éénrijig.
Het aan te planten sortiment bestaat voor 50% uit zwarte els, en voor 50% uit andere inheemse boomsoorten (o.a. gewone es, lijsterbes, populier, zachte berk en zomereik) en struiksoorten (o.a. grauwe wilg, éénstijlige meidoorn en sleedoorn.
Figuur 4 aanplant van elzensingel, 1 rij, op 1 meter van elkaar, met afrastering
Regels voor coupures
Het maken van coupures (dammen) valt onder rooien en dient altijd gecompenseerd te worden.
Breedte van coupures is maximaal 15 meter van stam tot stam. Bij singels langer dan 75 m1 zijn maximaal twee coupures toegestaan (één aan het begin en één aan het eind). Bij singels korter dan 75 m1 is maximaal één coupure toegestaan.
Bij het bepalen van de locatie van coupures wordt rekening gehouden bestaande gaten en met beeldbepalende bomen in singels (tabel 1). Deze mogen niet worden gekapt of gerooid, vanwege hun historische en landschappelijke waarde.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Algemene regels voor aanplant/herstel/compensatie
Onderdeel van Houtsingelhoofdstructuur zuidelijk Westerkwartier 2024