Naar hoofdinhoud
De omgevingsdienst voert op grond van de artikelen 16 en 18 van de gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst IJmond, de dienstverleningsovereenkomsten en het uitvoeringsprogramma de onderstaande plustaken uit. 2.1Wet vervoer gevaarlijke stoffen Het college verleent aan de directeur van de omgevingsdienst mandaat om ontheffingen te verlenen als bedoeld in artikel 29 Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 2.2 ADR De burgemeester verleent aan de directeur van de omgevingsdienst mandaat om te besluiten op verzoeken om bijzondere toestemming voor het laden en lossen van gevaarlijke stoffen (waaronder vuurwerk) als bedoeld in hoofdstuk 7.5. voorschrift 7.5.1.1- CV1 en hoofdstuk 8.5, voorschrift S1-(4 onder a) van het ADR (Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg). De directeur van de omgevingsdienst is op grond van dit mandaat ook bevoegd om de kennisgevingen als bedoeld in voorschrift 8.5. S1 (4 onder b) te behandelen. 2.3 Mobiele puinbrekers Het college verleent aan de directeur mandaat tot het nemen van besluiten over het mobiel breken van bouw- en sloopafval op grond van afdeling 7.1 en 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 2.4 Bouwen Het college verleent aan de directeur mandaat tot het nemen van besluiten over enkelvoudige en meervoudige omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteit bouwen en het afhandelen van meldingen op grond van: hoofdstuk 5 (de omgevingsvergunning en het projectbesluit) Omgevingswet; hoofdstuk 16. 5 (procedure omgevingsvergunning) Omgevingswet; hoofdstuk 18 (handhaving en uitvoering) Omgevingswet; het Besluit bouwwerken leefomgeving; de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen; het (tijdelijk) omgevingsplan. 2.5 Verordening Duurzaamheidslening gemeente Beverwijk Het college verleent aan de directeur van de omgevingsdienst mandaat om besluiten te nemen op grond van de Verordening Duurzaamheidslening gemeente Beverwijk en de daarop gebaseerde regelgeving.

Rechtspraak bij dit artikel