1.. Het mandaat ziet tevens op de uitoefening van bevoegdheden op grond van de volgende wet- en regelgeving:

  • - Algemene wet bestuursrecht;
  • - Wet open overheid;
  • - Algemene Verordening gegevensbescherming;
  • - Wet hergebruik van overheidsinformatie;
  • - Wet basisregistraties adressen en gebouwen;
  • - Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

en wet- en regelgeving die op de hiervoor genoemde wetten zijn gebaseerd. Dit voor zover de uitoefening van deze bevoegdheden samenhangt met de bevoegdheden uit de artikelen 2 en 3.

2.. Het mandaat ziet tevens op:

  • - het maken van afspraken met het Openbaar Ministerie, politie en landelijke inspectie- en opsporingsdiensten, waaronder het periodiek afsluiten van handhavingsarrangementen met OM en politie;
  • - het afsluiten van samenwerkingsarrangementen met directeuren van andere regionale uitvoeringsdiensten.

2.. Het mandaat ziet niet op:

  • - de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht;
  • - besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht;
  • - besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen en schadeclaims die vallen onder de werking van een vastgestelde publiekrechtelijke regeling;
  • - besluiten tot het instellen van (hoger) beroep en besluiten tot het instellen van incidenteel hoger beroep;
  • - besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
  • - besluiten over een meervoudige aanvraag waarvan niet alle onderdelen onder de opdracht van de omgevingsdienst vallen;
  • - het heffen en invorderen van leges.

3.. Wanneer wetsartikelen genoemd in dit besluit wijzigen, geldt, tot aan het moment van aanpassing in het mandaatbesluit, het vervangende artikel.