Tot de invoering van het woonplaatsbeginsel is de Centrumgemeente financieel verantwoordelijk voor het verstrekken van beschermd wonen. De lokale gemeenten zijn inhoudelijk verantwoordelijk. De gemeente waar de inwoner zich meldt onderzoekt op basis van het woonplaatsbeginsel welke gemeente inhoudelijk en (na invoering van het woonplaatsbeginsel) financieel verantwoordelijk is voor de inwoner. Doorgaans is dit de gemeente waar de inwoner het meest recente woonadres op basis van het BRP heeft. Het woonplaatsbeginsel beschermd wonen is alleen van toepassing op nieuwe instroom en op “klassiek” beschermd wonen. Het is niet van toepassing op tussenvormen, waarbij inwoners ambulant geholpen worden en/of huur betalen. Nadere uitwerking van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen vindt landelijk plaats.
Artikel 1.3.4
Toepassing Woonplaatsbeginsel
Onderdeel van Beoordelingskader beschermd wonen 2024 Regio IJssel-Vecht