Naar hoofdinhoud
Aan de directeur wordt mandaat en machtiging verleend om: namens het college de correspondentie te voeren en alle (rechts)handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen voor naleving van de overeenkomsten die gesloten zijn met RMC voor de uitvoer van het jeugdhulpvervoer; namens het college rechtsgedingen op te starten jegens vervoerders belast met de uitvoer van het jeugdhulpvervoer teneinde de uitvoering van het jeugdhulpvervoer te bewerkstelligen c.q. nakoming van de overeenkomst af te dwingen alsmede alle andere rechtsgedingen hieruit voortkomend. Dit behelst o.a., maar niet uitsluitend: een kort geding, bodemprocedure en een eventueel hoger beroep; namens het college het woord te voeren en verweer te voeren– schriftelijk of mondeling – in rechtsgedingen jegens en/of vanuit (gecontracteerde) vervoerders zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel; namens het college een minnelijke schikking te treffen en/of in onderhandeling te treden met vervoerders inzake de overeenkomst voor de uitvoer van het jeugdhulpvervoer, indien dit noodzakelijk is voor de waarborging van continuïteit van vervoer voor jeugdigen; het inschakelen van juridische bijstand ten behoeve van rechtsgedingen zoals bedoeld in de voorgaande leden van dit artikel; het verlenen van een volmacht aan functionarissen binnen en buiten het samenwerkingsverband om namens het samenwerkingsverband uitvoering te geven aan hetgeen hiervoor aan het samenwerkingsverband is gemandateerd onder verantwoordelijkheid van de directeur. Namens de burgemeester documenten die voortvloeien uit de correspondentie als bedoeld in het eerste lid te ondertekenen.

Rechtspraak bij dit artikel