Parkeren op eigen terrein
Bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt de parkeervraag/parkeerbehoefte in de basis op eigen terrein gerealiseerd of, en dit geldt met name voor grootschalige ontwikkelingen, binnen het plangebied.
Bandbreedte
In Nederland wordt door het CROW onderzoek gedaan naar de parkeervraag voor een grote verscheidenheid aan functies (wonen, bedrijvigheid, horeca, etc.). Deze zijn gevat in parkeerkencijfers die ook nog zijn uitgesplitst naar stedelijke zone (bijvoorbeeld centrum) en de stedelijkheidsgraad. De parkeerkencijfers van het CROW geven een bandbreedte aan met een minimum en maximum. Als uitgangspunt voor Oisterwijk wordt, net als bij de parkeernormen uit 2016, het gemiddelde van de bandbreedte gebruikt als vertrekpunt voor de parkeernorm. Voor de functie wonen is daarnaast het gemiddeld autobezit per huishouden als ijking gebruikt. Dat laatste doen we omdat de kencijfers van het CROW wat hoger liggen dan het gemiddeld autobezit (inclusief parkeervraag voor bezoekers) in de gemeente. Gevolg daarvan is dat de normen voor de woonfuncties wat lager liggen dan het gemiddelde van de bandbreedte van het CROW.
Minimale grens
We hanteren één waarde die als minimale grens wordt gebruikt, de parkeernorm. De minimale grens houdt in dat het voor een ruimtelijke ontwikkeling berekende aantal parkeerplaatsen de ondergrens is. Als er meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd dan de norm aangeeft, is dat toegestaan. Er mogen echter niet minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd, tenzij aan de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van deze beleidsregels wordt voldaan.
Volgend parkeerbeleid
Het uitgangspunt is een ‘volgend’ parkeerbeleid. De huidige situatie is daarbij het gegeven. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op de bestaande parkeervraag. Het oplossen van eventuele bestaande parkeerdruk-problemen wordt niet bij een aanvrager om omgevingsvergunning neergelegd, zoals dit bij ‘sturend’ parkeerbeleid wel het geval is.
De gemeente Oisterwijk wil stimuleren dat het autogebruik omlaag gaat, maar daar is flankerend beleid voor nodig. Als dat flankerend beleid er niet is, kan er ook geen ander gedrag verwacht worden. Dus als een aanvrager om omgevingsvergunning bereid is om ander gedrag te stimuleren, is er een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen in paragraaf 3.1, en 3.2 van deze beleidsregels.
Stedelijkheidsgraad
De parkeerkencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Oisterwijk “weinig stedelijk”, op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Uitgangspunten parkeernormen
Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024