Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Maatwerk voor verplichting eigen terrein

Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024

Deze paragraaf beschrijft op welke wijze volgens het college in vervangende parkeerruimte kan worden voorzien wanneer de aanvrager om omgevingsvergunning het totaal aan te realiseren parkeerplaatsen (de parkeereis) niet, of in onvoldoende mate, kan realiseren op eigen terrein. De aanvrager dient dit laatste overigens aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken. Hierbij worden de volgende situaties onderscheiden: De aanvrager om omgevingsvergunning geeft een vervangende private parkeerruimte op. De aanvrager om omgevingsvergunning realiseert zelf vervangende parkeerruimte in de openbare ruimte. Er wordt door de aanvrager om omgevingsvergunning gebruik gemaakt van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Als ondersteuning hieraan dient de aanvrager een onderbouwing in op basis van een onafhankelijk en verifieerbaar parkeeronderzoek in de directe omgeving. De parkeerdruk in het onderzochte gebied mag inclusief de ontwikkeling niet boven 85% uitkomen. In het geval de aanvrager om omgevingsvergunning het totaal aan te realiseren parkeerplaatsen (de parkeereis) niet, of in onvoldoende mate, kan realiseren op eigen terrein, en aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens niet aannemelijk maakt dat wordt voorzien in vervangende parkeerruimte zoals hiervoor bedoeld onder de punten a t/m c, wordt de aanvraag om omgevingsvergunning wegens strijd met het van toepassing zijnde omgevingsplan door of namens het college afgewezen. Het afwijzingsbesluit moet goed gemotiveerd te worden; uitsluitend verwijzen naar deze beleidsregels is volgens de rechtspraak onvoldoende. Het evenredigheidsbeginsel kan ertoe leiden dat het college dient af te wijken van deze beleidsregels (zie een uitspraak van de Afdeling van 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2063). a.De aanvrager om omgevingsvergunning heeft een vervangende private parkeerruimte Gebied met betaald parkeren In een gebied waar sprake is van betaald parkeren kan een vervangende private parkeerruimte als volwaardig alternatief voor parkeren op eigen terrein dienen. Dat kan echter alleen als de afstand tussen ontwikkeling en vervangende private parkeerruimte korter is dan de afstand tussen ontwikkeling en de grens van het gebied waarvoor de parkeerregulering door betaald parkeren geldt. Daarbij worden de loopafstanden via logische looproutes gemeten. Als maximale loopafstand gelden de ‘acceptabele loopafstanden’ zoals vermeld in bijlage 3 van deze beleidsregels. Hiermee wordt zoveel mogelijk voorkomen dat gebruikers de openbare ruimte gaan opzoeken om te parkeren. De vervangende private parkeerruimte is voor de in de aanvraag om omgevingsvergunning vervatte functie in voldoende aantallen aanwezig op de maatgevende momenten. Ook dienen de in de private parkeerruimte aanwezige parkeerplaatsen op een verkeersveilige wijze bereikbaar te zijn. De aanvrager om omgevingsvergunning maakt de gebruikers van de parkeerruimte attent op deze parkeerplaatsen. Er dient door de aanvrager een (afschrift van de) parkeerovereenkomst bij de aanvraag om omgevingsvergunning te worden overlegd. Deze overeenkomst moet een langdurig karakter hebben van minimaal 10 jaar. Gebied zonder betaald parkeren In een gebied waar geen sprake is van parkeerregulering door betaald parkeren wordt als vervangende private parkeerruimte in de hiervoor bedoelde zin aangemerkt een parkeergelegenheid in de onmiddellijke omgeving waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat gebruikers van de in de aanvraag om omgevingsvergunning besloten liggende functie er gebruik van zullen maken. De vervangende parkeerruimte is voor de in de aanvraag om omgevingsvergunning besloten liggende functie in voldoende aantallen aanwezig op de maatgevende momenten. De loopafstanden, zoals opgenomen in de tabel ‘acceptabele loopafstanden’ uit bijlage 3, worden daarbij in acht genomen. Ook dienen deze parkeerplaatsen op een verkeersveilige wijze bereikbaar te zijn. De aanvrager om omgevingsvergunning maakt de gebruikers van de parkeerruimte attent op parkeerplaatsen. Er dient door de aanvrager ook (een afschrift van) een parkeerovereenkomst tussen hem en de aanbieder van de vervangende private parkeerruimte bij de aanvraag om omgevingsvergunning te worden overlegd. Deze overeenkomst moet een langdurig karakter hebben van minimaal 10 jaar. b.De aanvrager om omgevingsvergunning realiseert vervangende parkeerruimte in de openbare ruimte Vervangende parkeerruimte kan ook een door de aanvrager om omgevingsvergunning gerealiseerde parkeerruimte in het openbaar gebied zijn. Als er extra parkeerplaatsen in het openbare gebied (binnen of buiten een gebied met parkeerregulering door betaald parkeren) aangelegd kunnen worden, gelden de volgende aanvullende voorwaarden: De te realiseren plaatsen zijn op een verkeersveilige wijze bereikbaar. De te realiseren parkeerplaatsen krijgen en behouden altijd een openbaar karakter, zonder enige verwijzing naar de betreffende functie. De loopafstanden, zoals opgenomen in de tabel ‘acceptabele loopafstanden’ uit bijlage 3 van deze beleidsregels, worden bij de te realiseren parkeerplaatsen in acht genomen. De te realiseren parkeerplaatsen worden op kosten van de aanvrager om omgevingsvergunning aangelegd door de gemeente Oisterwijk. Bij het vervallen van de in de aanvraag om omgevingsvergunning begrepen functie, blijven de te gerealiseerde parkeerplaatsen behouden, zonder dat de aanvrager om omgevingsvergunning daarbij recht heeft op een financiële vergoeding. Het aanleggen van de te realiseren parkeerplaatsen in het openbaar gebied kan alleen plaatsvinden in overleg met en na schriftelijke goedkeuring van de gemeente Oisterwijk, die zorg draagt voor het onderhoud, omdat deze plaatsen onderdeel zijn van de openbare weg. Met de aanleg van de te realiseren parkeerplaatsen ontstaat geen recht op een parkeervergunning(-en). De inhoudelijke afspraken / verplichtingen voor exploitant van de te ontwikkelen locatie tussen gemeente en exploitant worden schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst. Exploitant draagt voor zijn rekening en risico zorg voor het aanvragen en verkrijgen van een (onherroepelijke) omgevingsvergunning voor de ontwikkeling. Parkeervakken in de openbare ruimte worden aangelegd rekening houdend met de toegestane afstand tot een kruising zoals weergegeven in figuur 1 in bijlage 4. c.Er wordt door de aanvrager om omgevingsvergunning gebruik gemaakt van bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied Wanneer de aanvrager om omgevingsvergunning niet kan voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en deze parkeergelegenheid ook niet kan worden gerealiseerd met de hiervoor onder a en b beschreven opties kan worden overwogen om voor de parkeervraag van het in de aanvraag om omgevingsvergunning begrepen bouwplan onbenutte, bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte in te zetten. De twee cumulatieve voorwaarden waaronder het college dit aanvaardbaar acht zijn: De realisatie van de in de aanvraag om omgevingsvergunning vervatte ontwikkeling wordt wenselijk geacht en weegt voldoende op tegen de toegenomen parkeerdruk in het openbaar gebied. én De voor de in de aanvraag om omgevingsvergunning begrepen ontwikkeling benodigde parkeerruimte is op de openbare weg aanwezig op de voor deze ontwikkeling maatgevende momenten en de bezettingsgraad in de nabije omgeving (inclusief de toename ten gevolge van de in de aanvraag om omgevingsvergunning begrepen ontwikkeling) komt niet boven de 85% uit. Onder ‘nabije omgeving’ wordt verstaan ‘binnen acceptabele loopafstanden per functie’ zoals opgenomen in bijlage 3 van deze beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel