Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 9: › Paragraaf

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep

1.. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient: de kadernota; de voorlopige jaarrekening; aan de verenigde vergaderingen van de deelnemende waterschappen en raden van de deelnemende gemeenten. 2.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en de algemene besturen van de deelnemende waterschappen. 3.. De colleges van de deelnemende waterschappen en gemeenten dragen zorg voor het voor een ieder ter inzage leggen van de ontwerpbegroting. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende waterschappen kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam stelt de algemeen besturen van de deelnemende waterschappen en de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6.. De vaststelling van de begroting geschiedt, in afwijking van artikel 11, derde lid, op basis van een unaniem genomen besluit. 7.. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststellen en voor 15 september aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland . 8.. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de algemeen besturen van de deelnemende waterschappen en de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 9.. In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de deelnemersbijdragen, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel