Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11: › Paragraaf

Artikel 41

Artikel 41

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep

1.. Een college kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad of algemeen bestuur. 2.. In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle colleges die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel. 3.. Een college zendt het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit heeft ontvangen. 4.. Tenzij het Algemeen Bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum. 5.. Het Dagelijks Bestuur zendt een besluit tot uittreding van een college aan de colleges van de overige deelnemers. 6.. De colleges van de overige deelnemers kunnen gedurende een periode van 3 maanden na de toezending als bedoeld in het vorige lid een zienswijze toezenden aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur betrekt de zienswijzen bij het opstellen van het uittredingsplan. 7.. Indien een college besluit om een gedeelte van de taken welke zijn overgedragen aan de RBG niet langer over te dragen, vindt eerst een gezamenlijk overleg plaats tussen het betreffende college en de RBG over de impact van dit voornemen. Het college en de RBG bereiden een voorstel voor het AB waarin de impact wordt beschreven. Als in dit overleg geen gezamenlijk voorstel wordt geformuleerd dat de goedkeuring van het Algemeen Bestuur krijgt, wordt dit voornemen gelijkgeschakeld aan gedeeltelijk uittreden en treden de uittredingsbepalingen in werking. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van c.q. niet langer over dragen of delegeren van tot dan toe overgedragen of gedelegeerde taken en bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling.

Rechtspraak bij dit artikel