Naar hoofdinhoud
1.. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge artikel 61 lid 2 verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 2.. De inhoud van elk stembriefje wordt door het eerste lid van het stembureau opgelezen, door een van de leden nagezien en door het derde lid opgetekend. 3.. Het eerste lid van het stembureau legt de stembriefjes aan de voorzitter over en deelt in de vergadering het volgende mee: het aantal uitgebrachte geldige stemmen; het aantal stembriefjes dat blanco of niet behoorlijk ingevuld is ingeleverd; het aantal geldige stemmen op ieder persoon uitgebracht; de uitslag van de stemming. 4.. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 5.. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 6.. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel