Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Rijssen-Holten 2024

1.. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet of een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, kan voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage worden toegekend. 2.. Bij de installatie van een commissie zoals bedoeld in lid 1, bepaalt de raad of er een vergoeding wordt verbonden aan het lidmaatschap van die commissie en, indien van toepassing, de hoogte van de vergoeding. 3.. De toelage voor een raadslid van een onderzoekscommissie is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 4.. De toelage voor een raadslid van een bijzondere commissie is per maand maximaal de vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor de duur van de activiteiten van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel