De burgemeester kan besluiten om door het toepassen van bestuursdwang een hond, die op grond van artikel 3 is aangemerkt als gevaarlijk, in beslag te nemen als de eigenaar of houder van die hond in strijd met een aanlijn- en muilkorfgebod handelt.
De burgemeester kan in een geval als bedoeld in het eerste lid besluiten bestuursdwang toe te passen zonder een voorgaande last (zeer)(spoedeisend) op grond van artikel 5:31 Awb als:
a. de eigenaar of houder van de hond in strijd met een aanlijn- en muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw licht of ernstig bijtincident veroorzaakt;
b. de ernstige vrees bestaat dat een hond op zeer korte termijn opnieuw een bijtincident zal veroorzaken.
Indien de situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan ter stond bestuursdwang worden toegepast. De beschikking zal na uitvoer van de maatregel zo spoedig mogelijk schriftelijk bekend worden gemaakt.
Direct na het in beslag nemen van een hond geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest, zoals bedoeld in artikel 5.
De inbeslagname mag maximaal 4 weken duren. Gedurende deze periode ondergaat de desbetreffende hond een gedragstest. Afhankelijk van de uitslag van deze test worden vervolgstappen genomen.
De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest of eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op deze persoon verhaald. Dit wordt vermeld in het besluit waarbij de bestuursdwang wordt opgelegd.