Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:
De organisatie geen aantoonbare expertise heeft op het gebied van Bestaanszekerheid.
De organisatie geen aantoonbare kennis van de Tilburgse sociale infrastructuur en van de doelgroep.
Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet.
De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de inwoners van Tilburg met een laag inkomen, zoals gedefinieerd in de beleidsvisie op Bestaanszekerheid, of als ze onvoldoende ten goede komen aan diezelfde inwoners.
Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.
Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;
De activiteiten in de aanvraag moeten in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep, en tot het totale aanbod van activiteiten voor de totale doelgroep die we met deze subsidieregeling willen bereiken.
Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.
De subsidieaanvraag minder dan 70 punten scoort in het beoordelingskader.
Het in artikel 10 van deze regeling vastgestelde subsidieplafond bereikt is.