Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Maatregel

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Tilburg

1. . De eigenaar of de houder van een gevaarlijke hond wordt geboden er zorg voor te dragen dat deze hond aangelijnd en gemuilkorfd is, overeenkomstig de criteria als genoemd in artikel 80, tweede en derde lid, APV, wanneer deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar of de houder bevindt. In de beschikking wordt de eigenaar of de houder uit het eerste lid erop gewezen dat het aanlijn- en muilkorfgebod in losloopzones onverkort geldt en dat het muilkorfgebod ook op eigen grond geldt indien ter plaatse niet de maatregelen zijn getroffen die in de APV staan vermeld. 2. . De eigenaar of de houder van een hinderlijke hond wordt geboden er zorg voor te dragen dat deze hond aangelijnd is, overeenkomstig het criterium als genoemd in artikel 80, tweede lid, APV, wanneer deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar of de houder bevindt. In de beschikking wordt de eigenaar of de houder uit het derde lid erop gewezen dat dit aanlijngebod in losloopzones onverkort geldt. 3. . Om de maatregel op te kunnen volgen, wordt in de beschikking een begunstigingstermijn genoemd. De duur van de begunstigingstermijn wordt slechts bepaald aan de hand van de tijd die redelijkerwijs nodig is om een muilkorf en een korte lijn aan te schaffen, althans het middel dat noodzakelijk is om opvolging te kunnen geven aan het opgelegde gebod uit het eerste of het tweede lid. Indien bekend is dat deze middelen reeds in het bezit zijn van de houder of eigenaar, wordt er geen begunstigingstermijn gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel