** 1. .** In beginsel wordt het advies van de hondengedragsdeskundige die het risico-assessment heeft afgenomen opgevolgd.
** 2. .** Indien opvolging van het advies zou inhouden dat de hond aan de eigenaar of de houder teruggegeven wordt, maar er concrete aanwijzingen zijn waaruit afgeleid kan worden dat dit een onacceptabele onrust veroorzaakt in de directe omgeving van het verblijfadres van de houder of eigenaar, wordt het advies niet opgevolgd. Als de gevaarlijke hond veelvuldig op een ander adres verblijft dan op het verblijfadres van de eigenaar of de houder, dan geldt het bepaalde in de vorige volzin ook ten aanzien van de directe omgeving van dat andere adres.
** 3. .** De teruggave van een gevaarlijke hond brengt, in beginsel, geen verandering teweeg in het oordeel dat de hond gevaarlijk is; het aanlijn- en muilkorfgebod blijft dan ook onverkort van kracht. Alleen indien het risico- assessment vermeldt, of als op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren, kan beslist worden dat de hond niet meer gevaarlijk geacht wordt en het aanlijn- en muilkorfgebod worden opgeheven. Artikel 4.1, derde lid, is onverkort van kracht.
** 4. .** Een gevaarlijke hond wordt uitsluitend herplaatst bij een ander door deze weg te geven:
als uit het risico-assessment is gebleken dat het gedrag van de hond nog ten goede is bij te stellen, en
aan een ander die zelf aantoonbaar bekwaam is om de bijstelling in het gedrag te bewerkstelligen, of
aan een ander die naar het oordeel van de professionele hondengedragsdeskundige die het risico-assessment heeft afgenomen, geschikt is om de hond te houden.
** 5. .** De ander uit het vierde lid, onder b of c, aan wie de hond wordt weggegeven, krijgt een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd, tenzij het risico- assessment vermeldt, of als op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren.
** 6. .** Een gevaarlijke hond die niet teruggegeven kan worden, en die niet binnen dertien weken na de inbeslagname als bedoeld in artikel 6.1 herplaatst kan worden onder de criteria uit het vierde lid, wordt geëuthanaseerd.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Teruggeven, weggeven, euthanaseren
Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Tilburg