**1..** Raadsleden dienen schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 155 lid 1 van de Gemeentewet aan de burgemeester of het college in bij de griffier.
**2..** De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester en plaatst deze in het RIS.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 20 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester of het college waarbij wordt aangegeven binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden.
**4..** De antwoorden worden door middel van plaatsing in het RIS openbaar gemaakt.
**5..** De vragensteller kan na schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 4.
Artikel 30.