**1..** De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een commissielid, niet zijnde raadslid, houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 8, derde lid, gestelde eisen;
**3..** Een commissielid, niet zijnde raadslid, kan van de raad ontheffing krijgen van het woonplaatsvereiste (Gemeentewet artikel 10 lid 1) indien dit commissielid tijdelijk (bijvoorbeeld vanwege een studie) geen ingezetene is van de gemeente Bergen (L).
**4..** De voorzitter van een fractie die het commissielid, niet zijnde raadslid, voor aanwijzing heeft voorgedragen, kan de raad voorstellen het commissielid te ontslaan. De raad beslist hierover in zijn eerstvolgende vergadering, tenzij de concept-agenda hiervoor al is verzonden. In dat geval beslist de raad hierover in zijn daarop volgende vergadering.
**5..** De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.
**6..** Een commissielid en een commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**7..** Als door overlijden of ontslag een vacature van commissielid ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
**8..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden niet zijn de raadsleden die op voordracht van die fractie zijn aangewezen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 9.