Als een medewerker beelden heeft gemaakt met de bodycam dan legt hij dit gebruik, voor het einde van de dienst, vast in een verslag. In dit verslag beschrijft hij de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het gebruik en de situatie die is vastgelegd.
In het verslag wordt beschreven of de betrokkene vooraf of achteraf is gewaarschuwd dat de bodycam is aangezet. Indien de waarschuwing vooraf niet mogelijk was moet dit worden toegelicht in het verslag met daarbij de reden om niet te waarschuwen.
In geval de controle heeft plaatsgevonden in een situatie zoals bedoeld artikel 3, lid 1, onder c, geeft de medewerker aan of de betrokkene vooraf uitleg heeft gehad over de bodycam. Als dat niet mogelijk is geweest, dan moet de medewerker dit toelichten in het verslag.
Het in lid 1 bedoelde ambtelijke verslag wordt onverwijld aan de sr. beleidsmedewerker handhaving of diens plaatsvervanger gezonden.
Het is de medewerker niet toegestaan zelfstandig bodycam-opnamen te vernietigen.
Als een medewerker naar aanleiding van een incident aangifte heeft gedaan, dan meldt hij het eventuele gebruik van de bodycam bij de aangifte.
Opslag van beeldmateriaal door de bodycam
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Verslaglegging
Onderdeel van Beleidsregel gebruik bodycams door boa’s gemeente Son en Breugel’