Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.

Tracébepaling algemeen

Onderdeel van Nadere regels ondergrondse infrastructuur Gemeente Zandvoort

1.. In het gehele beheergebied van de gemeente geldt bij plaatsbepaling van kabels en leidingen als uitgangspunt het Indicatief ideaalprofiel voor ondergronds ruimtebeslag en daarbij het overzicht van de gewenste en minimale afstanden, als bedoeld in bijlage 1. De netbeheerder stemt zijn werkzaamheden af conform het gestelde in de NPR 7171-2 of de herziening van deze norm. 2.. Het uitgangspunt bij de plaatsbepaling is dat kabels en leidingen met een distributiefunctie zijn gesitueerd in het trottoir, kabels en leidingen met een transportfunctie zijn gesitueerd in het trottoir en aansluitleidingen zijn haaks gesitueerd op kabels en leidingen met een distributiefunctie. 3.. Bij het bepalen van een tracé dient te allen tijde rekening te worden gehouden met aanwezige objecten zoals langs liggende dan wel kruisende wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende kabels en leidingen, bomen, gebouwen etc..

Rechtspraak bij dit artikel