Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 13

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2024

1.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt als: Deze niet langdurig noodzakelijk is De inwoner geen ingezetene is van de gemeente Beesel. 2.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: Als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; Als de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding op eigen kracht heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; Als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit op eigen kracht heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; Als de gevraagde voorziening al eerder aan de inwoner is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; Als deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; Als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Als de inwoner een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de Wet van toepassing is; Als een voorziening wordt gezien als een algemeen gebruikelijk voorziening. 3.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een reikwijdte van maximaal 25 kilometer en een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 4.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: Als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; Als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; Ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt; Als het om voorzieningen voor gemeenschappelijk gebruik gaat; Als de inwoner zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning van tevoren had kunnen voorzien en had kunnen voorkomen. We spreken van ‘eigen kracht’ als het gaat om het rekening houden met de noodzaak voor het nemen van andere routes, oftewel; voorzienbaarheid. De inwoner dient passende keuzes te maken voor de toekomst, en dient rekening te houden met de al aanwezige beperkingen. Voorzienbaar is dat iemand in zijn eigen woning op een gegeven moment wegens ouderdomsklachten niet meer in staat is tot: het kunnen nemen van treden/ traplopen; het kunnen instappen van een bad/ douche; het over drempels kunnen stappen; Wanneer een inwoner wegens voorzienbare ouderdomsklachten een aanvraag doet wordt deze aanvraag afgewezen wegens voorzienbaarheid. De inwoner had zich kunnen voorbereiden op de klachten en de aanpassingen die noodzakelijk zijn om te kunnen blijven functioneren in een woning. Als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; Als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten voor de aanvrager meegenomen kan worden;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel