Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 20

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Meerinzicht

1.. Het bestuur maakt een ontwerpbegroting op en zendt deze minimaal 12 weken voordat zij door het bestuur wordt vastgesteld in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze zienswijzen en voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting. 3.. Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4.. Het bestuur stelt de begroting vóór 15 september vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 5.. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 6.. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij de gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, welke een niet binnen de kaders van de vastgestelde gemeentebegrotingen op te vangen wijziging in de bijdrage van de deelnemers als bedoeld in artikel 8 van de regeling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel