Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Meerinzicht

1.. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het bestuur. Het bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. 2.. Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor Meerinzicht. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding; de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden; in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding worden in ieder geval de volgende kostensoorten onderscheiden: frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. . Het onafhankelijke onderzoek als bedoeld in onderdeel b van het vorige lid wordt verricht door een persoon die unaniem op voordracht van de directieraad wordt aangewezen door het bestuur. Als het niet tot een unanieme aanwijzing komt, dan is er sprake van een geschil als bedoeld in artikel 27 van deze regeling. 4. . Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee volle kalenderjaren, tenzij een kortere periode door de colleges wordt overeengekomen. 5. . De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. 6.. Het bestuur ziet toe op de uittreding en de vereffening van de financiële verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel