Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 24

Gedenkteken op graven

Onderdeel van Beheerverordening begraafplaatsen gemeente Renkum 2024

Voor de gedenktekens op de begraafplaatsen “Fangmanweg” en “Onder de bomen” mag natuursteen worden gebruikt, mits geschikt voor buitengebruik, en dient het uiterlijk van de natuurstenen monumenten gelijkwaardig aan de al aanwezige monumenten te zijn. Gedenktekens, zijn behoudens houten boomschijven van onbehandeld hout, niet toegestaan op begraafplaats “Boschveld” en het natuurdeel van begraafplaats “Harten”; Voor de gedenktekens op de andere dan in het eerste lid genoemde begraafplaatsen mogen de volgende materialen worden gebruikt: metaal, mits oxydatiebestendig; hout, mits voldoen aan duurzaamheidsklasse één; glas; zwerfkei, mist deze opzichzelfstaand is en de doorsnede van 100 cm niet ten boven gaat. Kunststof is in zijn geheel niet toegestaan op alle gemeentelijke begraafplaatsen. Het gedenkteken mag niet in strijd zijn met de openbare orde en de goede zeden, dit ter beoordeling van het college. Op het gedenkteken mogen geen losse schilden, letters of andere voorwerpen zijn aangebracht of bevestigd. Dit verbod geldt niet voor foto’s, uitgezonderd de begraafplaatsen “Fangmanweg” en “Onder de bomen” indien de foto, waarvan de afmeting inclusief omlijsting maximaal 100cm2 mag bedragen en op het gedenkteken wordt aangebracht of bevestigd met roestvrij en niet verwerend materiaal. Het gedenkteken mag niet zijn of worden beschilderd of geverfd, met uitzondering van de op het gedenkteken voorkomende tekst. Indien de tekst op het gedenkteken wordt geschilderd, dient daarvoor verf op chloorrubber basis te worden gebruikt, die in één laag moet worden aangebracht, volgens de voorschriften van de fabrikant van de verf. De lengte van de grafbedekking dient 200 cm te zijn en de breedte mag maximaal 100 cm bedragen. De lengte en breedte van kindergraven op de E afdelingen mag maximaal 140 cm lang en 70 cm breed bedragen. Staande monumenten zijn toegestaan, mits binnen de maximale breedte van de graven vallen, en een maximale hoogte van 125 cm gemeten vanaf maaiveld niet te boven gaan en aan een minimale dikte van zes cm en een maximale dikte van 40 cm voldoen. Voor kindergraven geldt voor een staand monument een minimale dikte van zes cm en een maximale dikte van 30 cm. Staande monumenten dienen aan de achterzijde van het grafoppervlak geplaatst te worden. Liggende monumenten zijn toegestaan, mits deze de maatvoering zoals genoemd in lid zeven niet ten boven gaan. De maximale hoogte, gemeten vanaf maaiveld, dient maximaal 25 cm te bedragen, met een minimale dikte van zes cm. Van de achterzijde naar de voorzijde mag het verloop niet meer dan tien cm bedragen. Op de algemene graven op de D afdelingen mogen alleen liggende monumenten worden toegepast, mits deze een afmeting van 50 x 50 cm hebben met een dikte van zes cm. Indien men gebruik wil maken van banden dient de buitenwerkse lengte 200 cm te zijn en mag de maximale buitenwerkse breedtemaat niet meer dan 100 cm bedragen met inachtnemening van het volgende: de breedte van de banden dient minimaal tien cm te bedragen; de hoogte van de banden moet minimaal vijf en maximaal tien cm zijn; de banden mogen uit meerdere massieve delen bestaan, mits de buitenzijde gezaagd is en deze delen in één lijn worden aangebracht; het gebruik van porfierkeien, metselstenen en zwerfkeien in de vorm van een omranding is ook toegestaan, mits deze aan de betonnen fundering zijn verankerd; het gebruik van bielzen als omranding is niet toegestaan. De modellen van de grafmonumenten zijn, met in achtneming van het bepaalde in deze verordening, vrij.

Rechtspraak bij dit artikel