Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Voorwaarden vervoersvoorziening

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Hardinxveld-Giessendam 2022

Het college kan - indien noodzakelijk - ook een vervoersvoorziening aan de jeugdige als individuele voorziening verstrekken, als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet. Het uitgangspunt is dat jeugdige en/of ouder(s) zelf het vervoer van en naar de jeugdhulplocatie verzorgen. Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van de vervoersvoorziening en dat bij een gebrek aan deze voorziening de toegang tot jeugdhulp wordt onthouden. De noodzaak van een vervoersvoorziening is aannemelijk indien: aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(s) of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige een beperking heeft met lopen, instappen of staan of wanneer sprake is van desoriëntatie, en om die reden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer; of sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat: de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(s) of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; de jeugdige of diens vertegenwoordiger medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid. Onder geen enkele omstandigheid het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder(s) ten behoeve van de vervoerskosten wordt beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. De aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door middel van een ondertekend aanvraagformulier vervoer. De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 3 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de jeugdprofessionals van Het Sociaal Team of de Gecertificeerde Instelling. De jeugdprofessional legt de noodzaak tot inzet van de vervoersvoorziening bij een vorm van jeugdhulp vast in het perspectiefplan, zoals bedoeld in artikel 15 van de Verordening Jeugdhulp 2022 Gemeente Hardinxveld-Giessendam. De adressen en tijden, die door de jeugdige of zijn ouder worden aangegeven op het ondertekende aanvraagformulier vervoer, worden gebruikt voor de planning van het vervoer. Incidentele wijzigingen van deze adressen en tijden zijn in principe niet mogelijk. Onder incidentele wijzigingen worden verstaan: eenmalig vervoer van of naar een andere locatie of eenmalig andere vervoerstijden; in deze gevallen zorgt de jeugdige of zijn ouder(s) zelf voor een andere oplossing. Bij een structurele en/of wezenlijke wijziging dient een nieuw aanvraagformulier door de jeugdige of zijn ouder(s) te worden ingediend bij het college. De duur van de vervoersvoorziening is gelijk aan de duur die in de beschikking is vermeld of korter indien de betreffende individuele voorziening eerder eindigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel