Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.1

Bibob-toets

Onderdeel van Nadere regels Verordening speelautomatenhallen gemeente Rijswijk 2020

De aanvraag die op basis van de beoordeling van de commissie als hoogste eindigt, kan worden getoetst aan de wet Bibob. Indien de gemeente op basis van het Bibob-advies tot de conclusie komt dat geen sprake is van gevaar, zal de burgemeester de vergunning verlenen aan de betreffende aanvrager. Indien sprake is van een mindere mate van gevaar, kan de vergunning verleend worden onder nadere voorschriften die zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. Voordat de burgemeester aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de Wet Bibob, en voordat de burgemeester een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet Bibob, stelt de burgemeester de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Hiervoor geeft de burgemeester een termijn van twee weken. De eventuele reacties worden besproken in de commissie. Dit kan leiden tot een aanpassing van het advies aan de burgemeester. Op basis van de genoemde adviezen zal de burgemeester uiteindelijk een besluit nemen. Indien de burgemeester besluit op grond van de Bibob-toets de vergunning te weigeren aan de aanvrager met de hoogste score, kan de opvolgend aanvrager worden getoetst op basis van de Wet Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel