Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.5

Weigeringsgronden voor een woonvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dalfsen

De gemeente verstrekt geen hulp-op-maat in de vorm van een woonvoorziening in een aantal situaties. Deze weigeringsgronden worden hierna beschreven: De beperkingen van de inwoner in het normale gebruik van zijn woning zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. De gemeente hoeft de kosten van een woningaanpassing niet te betalen als de beperkingen van de inwoner worden veroorzaakt door: de aard van het materiaal in de woning; het onjuist aanleggen, of; onjuist gebruik van materialen bij een zelfstandig aangepaste woningvoorziening. De gemeente hoeft geen woonvoorziening te verstrekken als de problemen van de inwoner worden veroorzaakt door achterstallig onderhoud of het gevolg zijn van de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen, tenzij: De inwoner goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken zelfstandig, dan wel door de verhuurder te laten wegnemen; en Er vanwege de gezondheidstoestand van de inwoner er binnen een redelijkerwijs aanvaardbaar tijdsbestek geen uitzicht is op het wegnemen van de beperkingen. De woonvoorziening is alleen nodig voor woningverbetering en valt daarmee niet onder de Wmo. Woningverbetering is altijd voor de inwoner zelf. De Wmo is er niet voor om algemeen gebruikelijke kosten te vergoeden die inwoners zonder beperking ook hebben. Het is in de hedendaagse maatschappij gangbaar dat bijvoorbeeld een badkamer na verloop van tijd wordt gerenoveerd. Daarvoor hoeft er niet iets kapot of niet meer functioneel te zijn. Wanneer een ruimte of voorwerpen hun afschrijvingsduur voorbij zijn, dan is het redelijk om te verwachten dat inwoner (of woningeigenaar) de kosten voor zijn rekening neemt die horen bij de vervanging. De Wmo neemt alleen de kosten op zich die specifiek horen bij het wegnemen van de belemmering. In de praktijk betekent dit dat de gemeente geen technisch afgeschreven badkamers of keukens volledig gaat renoveren. Dit is woningverbetering en is voor de woningeigenaar. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een woonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een ADL-clusterwoning of een onzelfstandige woning waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. De gemeente verstrekt geen woningaanpassing voor deze soort woningen. De inwoner vraagt om een woonvoorziening terwijl hij in een nieuwbouw woning of gerenoveerde woning woont en de woonvoorziening zonder veel meerkosten aangebracht had kunnen worden. De inwoner is verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning naar een ongeschikte woonruimte. Als een inwoner verhuist vanuit een woning die geschikt was naar een woning die niet geschikt is, hoeft de gemeente geen woonvoorziening te verstrekken. Dit is anders als er een belangrijke reden was voor de verhuizing, zoals bijvoorbeeld het aanvaarden van een nieuwe baan in een andere gemeente, een echtscheiding of een huwelijk. Om te bepalen of de vorige woning geschikt was doet de gemeente onderzoek naar de geschiktheid van de vorige woning. Als een inwoner verhuist vanwege een ‘normale wooncarrière’, bijvoorbeeld vanwege gezinsuitbreiding of omdat het huis juist te groot wordt zoals bij oudere mensen, kan mogelijk wel een woonvoorziening worden verstrekt. Wel moet dan verhuisd worden naar de meest geschikte woning. Er kan natuurlijk wel een andere weigeringsgrond van toepassing zijn. Ook als een inwoner verhuist naar een niet-adequate woning, maar als de gemeente toestemming heeft gegeven voor de verhuizing, dan verstrekt de gemeente hulp-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. Voordat een inwoner gaat verhuizen, mag van hem verwacht worden dat hij eerst contact opneemt met de gemeente. Deze weigeringsgrond kan niet blijvend tegengeworpen worden. Een reële periode is 3 jaar. Wel moet er nog steeds een belangenafweging plaatsvinden. Wat heeft iemand zelf gedaan in de tussentijd (bijvoorbeeld reageren op woningen)? Hoe ontwikkelden de beperkingen zich, wat is er nu nodig? Wat gebeurt er als de gemeente niets doet? Ditzelfde geldt voor een inwoner die vanuit een ongeschikte woonruimte verhuisd naar een woonruimte die binnen afzienbare tijd na de verhuizing niet langer geschikt is vanwege een progressieve aandoening, waarbij voorzienbaar was dat klachten van de inwoner zouden toenemen. De inwoner verhuist naar een Wlz -instelling. De inwoner kan in dit geval geen woonvoorziening in de vorm van een verhuiskostenvergoeding ontvangen. De Wlz is immers een andere regeling waar de inwoner een beroep op kan doen waardoor de inwoner de gemeente geen hulp-op-maat in de vorm van een woonvoorziening op grond van de Wmo 2015 meer verstrekt. De woonvoorziening is bedoeld voor een woning in een gebouw dat specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte. Deze weigeringsgrond kan bijvoorbeeld van toepassing zijn op een gebouw dat bedoeld is voor ouderen. Voorzieningen die speciaal bedoeld zijn voor ouderen worden dan geacht aanwezig te zijn in zo’n gebouw. Die voorziening wordt dan als algemeen gebruikelijk beschouwd. Het gaat hier om gebouwen die specifiek bedoeld zijn voor een bepaalde groep mensen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan elektrische deuropeners in een complex voor ouderen. Als er toevallig veel mensen in een gebouw wonen die tot een bepaalde groep behoren, hoeft dit niet te betekenen dat het een gebouw is dat speciaal gericht is op die bepaalde groep mensen.

Rechtspraak bij dit artikel