Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.4

Pgb door iemand uit het sociaal netwerk

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dalfsen

Als de gemeente vaststelt dat hulp-op-maat noodzakelijk is, kan iemand uit de omgeving van de inwoner deze hulp eventueel bieden. Aan de hand van de regels in de wet, de verordening en deze nadere regels onderzoekt de gemeente of deze persoon vanuit een pgb betaald kan worden: Gemeente onderzoekt of het bieden van de noodzakelijke hulp door de persoon, al dan niet met behulp van de sociale omgeving, verwacht mag worden. Hierbij wordt gekeken naar: hoe zwaar het is voor de persoon die de hulp gaat bieden; welke impact de hulp heeft op de andere gezinsleden van die persoon; of bieden van de hulp invloed heeft op het deelnemen aan de maatschappij van die persoon en zijn gezinsleden; hoe lang de hulp duurt; hoe intensief de hulp zal zijn. Gemeente onderzoekt of de persoon die de hulp gaat bieden, naast de kwaliteitseisen uit de verordening, voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: Uit het pgb-uitvoeringsplan blijkt dat de hulp van goed niveau is en dat de hulp in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en inwonergericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de inwoner. De persoon die de hulp verleent is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Onder recent wordt verstaan: in elk geval niet ouder dan 3 maanden. Deze eis geldt niet voor leden van het gezin van de aanvrager. De kwaliteit van de hulp is zodanig dat met die hulp de afgesproken resultaten kunnen worden behaald. De hulp past bij de persoonlijke situatie van de inwoner. De hulp is afgestemd met eventuele andere vormen van hulp die de inwoner of een eventuele huisgenoot ontvangt. De persoon die de hulp verleent meldt iedere calamiteit of vorm van geweld die bij de verlening van hulp plaatsvindt. Als blijkt dat de ondersteuner overbelast raakt door het bieden van hulp, dan onderzoekt de gemeente: of andere organisaties of personen ingezet kunnen worden om de noodzakelijke hulp te bieden; of met het verstrekken van een pgb voor de hulp de draagkracht/draaglastverhouding weer in balans kan worden gebracht. Als de mogelijkheid onder 3a zich voordoet en toch voor mogelijkheid 3b wordt gekozen, verleent gemeente alleen een pgb als in het pgb-plan argumenten worden gegeven voor deze keuze. Uit deze argumenten moet dan blijken dat: het bieden van de hulp niet ten koste gaat van de draagkracht/draaglastverhouding van de hulp biedende persoon en/of een ander gezinslid; het bieden van de hulp niet ten koste gaat van de participatie van de hulp biedende persoon en/of een ander gezinslid; de hulp biedende persoon bekend is met de resultaatgerichte werkwijze van de gemeente en in staat is volgens die werkwijze te werken; de hulp biedende persoon in staat is samen te werken met eventuele andere hulpverleners; de hulp biedende persoon voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor de hulp die geboden wordt; voor het beheer van het pgb iemand wordt aangewezen die voldoet aan de regels die de gemeente daarvoor stelt. Gemeente onderzoekt ook of deze persoon de kwaliteiten heeft die nodig zijn om de noodzakelijke hulp te bieden. Gemeente hanteert de wettelijke kwaliteitseisen voor de geboden hulp. Daarbij wordt de norm van de verantwoorde werktoedeling toegepast. Hierin staan de wettelijke kwaliteitseisen beschreven waaraan de hulp die geboden wordt moet voldoen. Gemeente onderzoekt in hoeverre een pgb nodig is om de noodzakelijke hulp te bieden. Gemeente onderzoekt of het ook mogelijk dat deze persoon hulp biedt zonder dat daarvoor een pgb wordt verstrekt. Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen pgb nodig is om de hulp te verlenen, dan verstrekt de gemeente deze niet.

Rechtspraak bij dit artikel