Naar hoofdinhoud
Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting van baten en lasten op, voorzien van een toelichting en zendt dit ontwerp 12 weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de Gemeenten. De raden van de Gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de Gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 35, leden één, drie en vier (1,3, en 4) van de Wet zijn niet van toepassing op begrotingswijzigingen die niet van invloed zijn op de hoogte van de jaarlijkse bijdragen van de individuele Gemeenten aan de Regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel