Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college dat dit lid heeft aangewezen en de raad van zijn/haar gemeente, de door één of meer leden van dat college of die raad gevraagde inlichtingen.
Een lid van het algemeen bestuur kan ter verantwoording worden geroepen door het college dat dit lid heeft aangewezen of de raad van zijn/haar gemeente voor het door hem/haar in het bestuur gevoerde beleid.
Het algemeen en dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden der deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
De wijze waarop inlichtingen worden verstrekt dan wel verantwoording voor het gevoerde beleid dient te worden afgelegd, wordt nader geregeld in het reglement van orde als bedoeld in artikel 10.
Het college heeft de bevoegdheid een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur te ontslaan, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
Hoofdstuk II
Artikel 11
Verantwoording van het algemeen bestuur
Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Reinigingsdiensten RD4