De begroting met het bijbehorende beleidsplan van het lichaam wordt uiterlijk 1 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt door het algemeen bestuur vastgesteld.
Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerp-begroting op van baten en lasten en het bijbehorende investerings- en financieringsplan voor het volgende boekjaar en zendt deze, vergezeld van een memorie van toelichting, ten minste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Nadat deze is vastgesteld zendt het algemeen bestuur binnen een maand de begroting aan de raden der deelnemende gemeenten die ter zake Gedeputeerde Staten van hun zienswijze kunnen doen blijken. Gelijktijdig wordt de begroting toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
Aan de begroting wordt een meerjarenraming toegevoegd.
Hoofdstuk IV
Artikel 24
De begroting van het lichaam
Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Reinigingsdiensten RD4