De leden van het algemeen bestuur beschikken over een meervoudig stemrecht, dat is gebaseerd op het inwonertal van de deelnemende gemeenten. Onder inwonertal wordt verstaan het aantal zoals dat voorkomt in de laatstelijk door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer.
Het door een lid uit te brengen aantal stemmen wordt bepaald door het inwonertal van de deelnemende gemeente waarvan dat lid vertegenwoordiger is te delen door 5.000 en de uitkomst naar boven af te ronden op een geheel aantal.
Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt, met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel, de volstrekte meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.
De navolgende besluiten kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van drie vierden van het totaal aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derden van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is:
besluiten tot het vaststellen van een financiële regeling verband houdende met het toetreden tot en het uittreden uit de regeling;
besluiten tot het vaststellen en wijzigen van de begroting;
besluiten tot het vaststellen van de rekening;
besluiten tot het vaststellen en wijzigen van het meerjaren- en jaarlijkse beleidsplan;
het vaststellen van een liquidatieplan in geval van beëindiging van de gemeenschappelijke regeling;
besluiten inzake de toepassing van artikel 10a, lid 2, van de wet.
Hoofdstuk II
Artikel 9
Stemrecht
Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Reinigingsdiensten RD4