In deze verordening wordt verstaan onder
minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs en
de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school, die
geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
grondgebied van de gemeente;
school: school voor basisonderwijs en school voor voortgezet onderwijs;
school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor
basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als
bedoeld in artikel 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85
van de Wet op het primair onderwijs of artikel 75 van de Wet op het voortgezet
onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;
voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2
van deze verordening;
programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze verordening;
overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de vaststelling van het
programma ingewilligde aanvragen als bedoeld in artikel 13 van deze
verordening;
aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor vergoeding van een
voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding van een voorziening als
bedoeld in artikel 25 van deze verordeningheeft ingediend;
aanvraag: verzoek om vergoeding van een voorziening of om bekostiging van
bouwvoorbereiding;
voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de huisvesting die,
volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II van deze
verordening, 15 jaren of langer noodzakelijk is;
voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de huisvesting die,
volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II van deze
verordening, niet langer dan 15 jaren noodzakelijk is;
permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en de aard van
de constructie en materialen ten minste 60 jaren als volwaardige huisvesting voor
het onderwijs kan functioneren;
noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard
van de constructie en materialen ten minste 15 jaren als volwaardige huisvesting
voor het onderwijs kan functioneren;
gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in lichamelijke
oefening;
advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de vaststelling van
het programma in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van
inrichting, als bedoeld in artikel 95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel
76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde
onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
recreatieve doeleinden;
gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair
onderwijs, artikel 76u van de Wet op het voortgezet onderwijs;
beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde staten in een
geschil als bedoeld in artikel 110, tweede lid van de Wet op het primair
onderwijs, artikel 76u, tweede lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;
eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 110 van de
Wet op het primair onderwijs, artikel 76u en van de Wet op het voortgezet
onderwijs.