1. Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt het college in overleg
met de aanvrager over de wijze van uitvoering van de op het programma geplaatste
voorziening.
In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van
de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt
over:
het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op
het voortgezet onderwijs;
het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting door de
aanvrager;
een andere wijze van uitvoering van het besluit met inachtneming van het
beschikbaar te stellen bedrag;
de wijze waarop het college toepassing geeft aan de toetsing van het bouwplan
en de begroting, alsmede aan de toetsing in verband met wettelijke voorschriften
en nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 16;
het voor de realisering van de voorziening te volgen tijdpad inclusief het
moment van oplevering en ingebruikname van de voorziening;
2. indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een voorziening als
bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, dan geeft de aanvrager aan op welke
wijze de aanbesteding van de uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover
van toepassing, gezien de aard van de voorziening, de gestelde richtlijnen als bedoeld
in bijlage IV, deel B in acht genomen;
3. de inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet tot
overeenstemming heeft geleid, legt het college schriftelijk vast in een verslag, dat
het binnen vier weken na afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager brengt.
Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of binnen twee weken na
ontvangst nog niet schriftelijk heeft gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud
van het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen overeenstemming te zijn
bereikt;
4. indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16, vierde lid, neemt
het college binnen vier weken nadat de overeenstemming als bedoeld in het derde lid is
bereikt, een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen.
Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige toepassing;
5. indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde lid is
bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat het verslag is vastgesteld, dit
schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen;
Hoofdstuk
Artikel 15
Overleg wijze van uitvoering
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs