1. Het college neemt voor het tijdstip als bedoeld in artikel 11, tweede lid, een
beslissing op de aanvraag;
2. de aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:
er voldoende middelen voor de bekostiging van de bouwvoorbereiding beschikbaar
zijn;
de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende vaststaat;
er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het gewenste jaar van
uitvoering voor bekostiging in aanmerking kan worden gebracht;
3. indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt de beschikking tot welk bedrag de
kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het bedrag kan in termijnen aan de
aanvrager beschikbaar worden gesteld, echter steeds op een zodanig tijdstip dat de
aanvrager aan zijn financiële verplichtingen jegens derden, die hij heeft ingeschakeld
bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. De aanvrager en het college maken afspraken
over de daadwerkelijke beschikbaarstelling van het bedrag;
4. aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de aanvrager geen
rechten worden ontleend ten aanzien van de plaatsing van de voorziening op enig
toekomstig programma.
Hoofdstuk
Artikel 27
Beschikking op aanvraag
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs