Naar hoofdinhoud

Artikel 6. Noodzakelijkheid en evenredigheid en van de op te leggen maatregel

Artikel 6. Noodzakelijkheid en evenredigheid en van de op te leggen maatregel

Onderdeel van Besluit van de burgemeester van Waalwijk tot vaststelling van beleidsregels voor de uitvoering van artikel 13b van de Opiumwet (Damoclesbeleid Waalwijk 2024)

Uitspraken van de afdeling5 Zie hiervoor de overzichtsuitpsraak ECLI:NL:RVS:2019:2912 en daaropvolgende uitspraken ECLI:NL:RVS:2022:1910, ECLI:NL:RVS:2022:1911 en ECLI:NL:RVS:2022:1913. hebben specifiekere kaders gesteld voor sluitingen op basis van artikel 13b van de Opiumwet. Om vast te stellen of een pand moet worden gesloten dienen een aantal stappen doorlopen te worden: Is de burgemeester bevoegd? Er moet bepaald worden of aan de voorwaarden van artikel 13b van de Opiumwet wordt voldaan en de burgemeester dus bevoegd is deze in het concrete geval te gebruiken. De voorwaarden staan beschreven in het juridisch kader (H2) van dit beleidsdocument. Indien er sprake is van aanwezigheid van een middel of voorbereidingshandelingen, zoals uitgelegd in hoofdstuk 5 van dit document, kan de burgemeester bevoegd zijn om artikel 13b van de Opiumwet toe te passen. In het geval dat vastgesteld wordt dat de burgemeester in principe bevoegd is toepassing te geven aan artikel 13b van de Opiumwet moeten de volgende 3 onderdelen beoordeeld worden: Is de maatregel noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning en het herstel van de openbare orde? Is de maatregel (sluiting) geschikt om het doel/de doelen genoemd in hoofdstuk 3 te realiseren? Is de maatregel evenwichtig? Voor meer informatie over de toepassing van deze genoemde stappen, zie de toelichting bij deze beleidsregels. 6.1. Overige (minder ingrijpende) maatregelen Uit de beoordelingstoets kan volgen dat sluiting van een pand niet noodzakelijk of niet evenredig is en dat er dient te worden afgezien van deze bestuurlijke maatregel. De gevolgen van de sluiting staan dan niet in redelijke verhouding tot het doel dat met de sluiting wordt beoogd. In dat geval kan de burgemeester een last onder dwangsom inzetten gericht aan de overtreder(s) of een waarschuwing in plaats van dat (een last onder) bestuursdwang wordt opgelegd. De hoogte van een op te leggen dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de vermeende geschonden belangen. Dat wil zeggen dat het bedrag een voldoende afschrikwekkend effect moet hebben zodat voorkomen wordt dat wederom een overtreding van artikel 13b van de Opiumwet plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel