Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.1

Artikel 2:2

Maken en veranderen van een uitweg

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Uitgeest 2024

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 geweigerd worden als: daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; een uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; in het belang van de bruikbaarheid van de weg; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid; de aanvraag in strijd is met het door het college opgestelde beleid. 3.. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 4.. Op de aanvraag om een vergunning, voor zover deze niet kan worden aangemerkt als een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel