Naar hoofdinhoud

Artikel 21.

Persoonlijk innemen standplaats; vervanging

Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Altena 2024

1.. In artikel 1:5 van de APV is bepaald dat een vergunning op grond van de APV persoonsgebonden is, tenzij de aard van de vergunning zich daartegen verzet. De aard van een standplaatsvergunning verzet zich niet tegen een persoonlijk karakter. Dit houdt in dat de standplaatsvergunning persoonsgebonden is en de vergunninghouder zijn standplaats persoonlijk moet innemen. 2.. De vergunninghouder kan op één vervanger doorgeven die bij afwezigheid van de vergunninghouder zijn/haar zaken waarneemt. Deze vervanging is wenselijk om de continuïteit van de standplaats te waarborgen, zodat de standplaats bij bijvoorbeeld ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan worden ingenomen. Uitgangspunt is dat de vergunninghouder jaarlijks tenminste 75% van de tijd zelf op de standplaats aanwezig is. 3.. Vergunningen zijn, onder behoudens het bepaalde in Artikel 24, niet overdraagbaar op de vervanger. Dat is in strijd met de uitgangspunten van de schaarse vergunningen waarvoor eenieder in aanmerking moet kunnen komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel