Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Locaties, dagdelen en maximumstelsel

Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Altena 2024

1.. Voor de vaste standplaatsen wordt een locatiebeleid gehanteerd. Dat wil zeggen dat er slechts op de aangewezen standplaatslocaties vaste standplaatsen mogen worden ingenomen. Het locatiebeleid is gewenst vanuit het oogpunt van de openbare orde, openbare veiligheid en in het belang van de bescherming van het milieu. 2.. Ter bescherming van de openbare orde, openbare veiligheid, het milieu en ter voorkoming van overlast in de openbare ruimte is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Het college heeft per standplaatslocatie bepaald wat het maximum aantal te verlenen standplaatsvergunningen is. 3.. Het college heeft een lijst met aangewezen standplaatslocaties en beschikbare dagen vastgesteld waarop een standplaats mag worden ingenomen. Deze lijst maakt als Bijlage 1 deel uit van deze nadere regels. 4.. De op de lijst opgenomen standplaatslocaties zijn in overeenstemming met de algemene weigeringsgronden en de bijzondere weigeringsgronden voor standplaatsen, als opgenomen in de APV. 5.. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt uitsluitend verleend voor de standplaatslocaties en dagdelen zoals aangegeven in Bijlage 1 van deze nadere regels. 6.. Seizoensgebonden en incidentele standplaatsen dienen in eerste instantie te worden ingenomen op de in Bijlage 1 aangewezen standplaatslocaties. Gezien de kortere vergunningsperiode kan gemotiveerd verzocht worden om een andere locatie. De gevraagde standplaatslocaties worden per aanvraag beoordeeld op basis van beschikbaarheid, geschiktheid, verkeersveiligheid, openbare orde, ander relevant ruimtelijk beleid en andere toetsings- of weigeringsgronden, waaronder artikel 1:8 van de APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel