Onder schending van het Unierecht wordt verstaan: een handeling of nalatigheid die:
onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of
het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen.
Het gaat om de volgende beleidsterreinen van het Unierecht:
overheidsopdrachten;
financiële diensten, producten en markten, voorkomen van witwassen van geld en terrorismefinanciering;
productveiligheid en productconformiteit;
veiligheid van het vervoer;
bescherming van het milieu;
stralingsbescherming en nucleaire veiligheid;
veiligheid van levensmiddelen, diervoerders, diergezondheid en dierenwelzijn;
volksgezondheid;
consumentenbescherming;
bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens en beveiliging van netwerk- en informatiesystemen;
financiële belangen van de Unie als bedoeld in artikel 325 van het VWEU;
inbreuken in verband met de interne markt als bedoeld in artikel 26, tweede lid van het VWEU (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal) met inbegrip van inbreuken in verband met mededinging;
staatssteun, vennootschapsbelasting of constructies die erop gericht zijn een belastingvoordeel te krijgen dat afbreuk doet aan de strekking of het doel van het toepasselijke vennootschapsbelastingrecht; en
fusie- en staatssteunregelgeving.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Schending van het Unierecht
Onderdeel van Meldprocedure Integriteit en ongewenst gedrag gemeente Haarlem 2024