Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 2.

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2024

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen en andere infrastructuur voor elektrische motorvoertuigen, terrassen, uitstallingen, reclameborden en verkiezings- en referendumborden. 4.. Het bevoegd bestuursorgaan kan in afwijking van het verbod in het eerste lid een vergunning “privaat laden in de openbare ruimte” verstrekken om onder voorwaarden tijdelijk toe te staan dat een oplaadkabel voor elektrische voertuigen over de stoep wordt gelegd. 5.. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een periode van maximaal 2 weken ontheffing verlenen van het verbod in het eerste en achtste lid. Met dien verstande dat ontheffing van het bepaalde in lid 8 onder a uitsluitend mogelijk is voor de aankondiging van incidentele, niet commerciële activiteiten. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. 7.. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. Het is in het belang van de woon- en leefomgeving verboden: Voorwerpen waaronder reclameborden en driehoeksborden die betrekking hebben op de aankondiging van zowel (incidentele) commerciële activiteiten als (incidentele) niet commerciële activiteiten op, aan, boven, of zichtbaar vanaf de weg te plaatsen; Spandoeken op, aan of boven de weg te plaatsen. 9.. Het verbod in het eerste en achtste lid is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, waaronder verkiezings- of referendumuitingen, onder de voorwaarde dat het verkeer niet wordt gehinderd of in gevaar wordt gebracht. 10.. In afwijking van het vijfde lid mogen verkiezings- of referendumuitingen vanaf 3 weken voor de verkiezingen/het referendum op, aan, boven of zichtbaar vanaf de weg worden geplaatst en moeten uiterlijk 2 weken na de verkiezingen/het referendum weer verwijderd zijn. 11.. In afwijking van het vijfde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit één van de volgende activiteiten betreft: het opslaan van roerende zaken op de weg of een weggedeelte in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente; het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente roerende zaken worden opgeslagen. 12. . Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel